Dit verhaal is gratis te lezen en valt onder het auteursrecht.

Verveelvoudiging, verspreiding of gebruik voor eigen doeleinden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur is niet toegestaan.

De plastic tas vol nattigheid

Datum: 15-10-2026

Een Tas Vol Nattigheid Kees En Kobus incl. kleurplaat Pdf

Het gouden uur valt over het Piepeloosbos. De lage zon schijnt tussen de bomen door en laat oranje strepen achter op het mos. Kees en Kobus lopen in het mensenbos. Het is al wat later en meestal zijn de mensen op dit uur al weg. Voor zonsondergang moet iedereen het bos verlaten. Dan is het weer van de dieren.

‘Kijk eens hoe alles geel en warm wordt,’ zegt Kees, die dit het mooiste moment van de dag vindt.

Kobus schudt zijn hoofd van voren naar achteren en terug. ‘Dat heet het gouden uur. Vlak voordat de zon ondergaat, is het licht warmer en zachter. Een uitstekend moment voor onderzoek. Je ziet schaduwen, sporen en bijzondere spullen veel beter. Of ja, mooier zeggen ze.’ Kobus werkt meestal alleen ’s nachts. Hoe wij het bos overdag kennen, ziet hij eigenlijk bijna nooit.

‘Precies,’ zegt Kees tevreden. ‘Een uur waarin alles van goud is. Daar ga ik foto’s van maken. Eens even kijken vanuit welke hoek. Kijk, tussen die bomen ligt iets te schitteren. Dat moet ik hebben.’ Hij pakt zijn camera vast en wijzigt nog even snel de instellingen en springt in de richting van... tja, wat is het? Een blauwe glanzende ijssculptuur? Zou dat nu al kunnen, denkt Kees terwijl hij zijn lens naar zijn oog brengt.

Kobus blijft eerst even staan. Hij ziet het ook. Tussen twee boomwortels ligt een lichtblauwe plastictas. Kobus herkent het zogenaamde vage object meteen. De tas staat open. Misschien is hij wel van iemand. Hij voelt dat hij op zijn hoede moet zijn. Dit is van de mensen. Die zijn gek op plastic dingen. Ze doen er van alles mee. Ze eten het nog niet niet op. Of toch? Het radartje in de wijze kop van de uil maakt soms overuren. Overal om hem heen ontstaan nieuwe onderzoeksvragen.

Heel voorzichtig benadert hij het mooie foto-object dat Kees gezien heeft. Er zitten mooie rode en gele bladeren in, die allerlei vormen hebben. Hij ziet ook kastanjes, eikeldopjes, stukjes mos en een takje met glimmende besjes.

‘Een zakje vol nat bos, nou dan was het dus geen ijs,’ concludeert Kees. ‘Of een draagbaar moeras. Misschien maken ze er een piepklein kasteel van en dan wonen de kastanje-mannetjes daar.’

Kobus steekt meteen een vleugel op. ‘Niets aanraken. We moeten het eerst beter bekijken.’ Verder hoort hij niet goed wat Kees zegt. Hij weet inmiddels dat het grootste deel pure fantasie is. En Kobus houdt van feiten. ‘Dat is les één bij elk onderzoek. Veertjes thuis, tot de snavel kan uitleggen wat de ogen zien.’

Ze horen nog kinderstemmen in de verte. Dat maakt ze allebei een beetje bang. Kees is vooral angstig om gezien te worden. Wat doet een koala van zijn formaat, op dit uur en in dit land in een ‘gewoon’ bos? Dat zou de krant halen. Kobus heeft dat probleem niet. Een uil? Wie kijkt daar nou nog van op. Maar Kobus is wel altijd bezorgd om Kees. Het zijn echt de allerbeste vrienden.

Verderop kraken takken. Een moeder loopt met twee kinderen over het bospad. Ieder kind draagt een tas waarin bladeren en kastanjes zitten. Kees en Kobus schieten een boom in en gluren tussen de takken door.

‘Kijk, mam, deze is helemaal rood!’ roept het eerste kind. ‘Die moet op onze herfsttafel.’ Het andere kind houdt twee kastanjes omhoog. ‘En deze lijken op ogen. We kunnen er een beestje van maken.’ De moeder lacht. ‘Zoek alleen mooie dingen die al op de grond liggen. Laat de rest wel aan de boom zitten. En we moeten een beetje doorlopen. Kijk, de zon is al bijna onder.’

Kees kijkt hen na. ‘Een herfsttafel,’ fluistert hij. ‘Dat wil ik ook maken, maar hoe? Kobus, en wat is een herfsttafel?’

‘Onwaarschijnlijk,’ zegt Kobus. ‘De herfsttafel is vermoedelijk hun bosonderzoekstafel, waarop ze momenteel alleen maar dingen van dit seizoen bestuderen. Zodra de blaadjes vallen, noemen ze het de herfst.’ Hij vliegt omlaag en trekt de vergeten tas met zich mee. ‘Laten we ze achtervolgen. Dan brengen we meteen de tas terug en kunnen we met een beetje geluk zien wat ze ermee doen.’

Kees vindt het een supergoed idee. Hij wil de tas dragen. ‘Wacht, even een selfie.’ Kobus zucht. Hij wordt een beetje moe van al die onzinnige foto-momenten van Kees. Hun hele koelkast hangt vol met halve gezichten en billen van dieren uit het bos. Die draaien meteen weg als ze Kees z’n camera zien.

Samen sluipen ze op gepaste afstand achter de moeder en de kinderen aan. Kobus houdt goed in de gaten welke kant ze uitgaan. Kees kijkt ondertussen naar de wolken. Eentje lijkt precies op een vliegend paard met lange manen.

‘Blijf bij het onderzoek,’ fluistert Kobus, die Kees weer af ziet dwalen.

‘Dat doe ik,’ fluistert Kees terug. ‘Ik onderzoek of dat paard ons ook achtervolgt.’

‘Nou, laat hem dat maar doen. Dat overleven we wel,’ antwoordt Kobus, die lichtjes met zijn hoofd schudt en een klein lachje laat ontsnappen.

Aan de rand van het bos staat een huis met grote ramen. De moeder en de kinderen gaan naar binnen. Even later gaat er licht aan in de kamer. Kees legt de vergeten tas bij de voordeur. Daarna sluipen hij en Kobus op hun tenen door de tuin en verstoppen zich achter een struik onder het raam.

Voorzichtig komen twee koppen boven de vensterbank uit. Binnen spreiden de kinderen hun vondsten uit over een tafel. Ze sorteren alles op kleur en grootte. Dan beginnen ze combinaties te maken en verdelen het mos en de grote takken over de tafel.

‘Geen laboratoriumjas,’ fluistert Kobus.

‘En ook geen ontploffing. Misschien bouwen ze toch een kasteel,’ vult Kees aan.

Kobus tuurt aandachtig door het glas. ‘Ze ordenen op kleur, vorm en materiaal. Dat is absoluut onderzoek.’ Op dat moment zet een van de kinderen een kastanje op een dennenappel. Ze gebruiken er een pistool bij waar lange draden uit komen. Het lijkt nu te blijven plakken. Het andere kind plakt de bladeren als een waaier eromheen. Het is een rokje. Langzaam ontstaat er midden op tafel een kleurig stukje bos met kleurrijke figuren, gekleed in de kleuren van het najaar.

Dan zien ze de voordeur opengaan. De moeder laat de poes binnen en ontdekt de tas bij de voordeur. ‘Hmm, blijkbaar hadden ze er drie,’ zegt ze tegen de zwart-witte kat, die even achter zijn oor gekrabd wordt. Ze neemt de tas mee naar binnen en zegt: ‘Kijk eens, jullie zijn nog een tas vergeten! Nu kunnen we de herfsttafel helemaal compleet maken.’ De kinderen kijken niet eens op. Ze gaan helemaal op in hun werk.

Kees laat zich snel achter de struik zakken. ‘Een complete herfsttafel, met grappige poppetjes dus,’ fluistert hij. ‘Zal ik een paar foto’s maken? Ja, dat doe ik gewoon. Bewijs, toch, Kobus?’

‘Absoluut. Absoluut,’ fluistert Kobus. Hij zet zijn verrekijker op het puntje van zijn snavel. ‘Sssht, zachter praten. Ze mogen ons niet horen.’

‘Dit moeten wij ook doen. Alleen wil ik dan liever een kasteel bouwen. We hebben dat pistool nodig, geloof ik,’ zegt Kees, die met zijn camera inzoomt op het lijmpistool waarmee de kinderen knutselen.

Kees en Kobus sluipen weg bij het raam en gaan terug het mensenbos in. Tijd om een plan te maken. Ze hebben een duidelijk doel: ze willen ook een herfsttafel. En ze weten nu welke spullen ze nodig hebben. Kees raapt de grootste kastanjes op die hij kan vinden. Kobus zoekt blaadjes in verschillende kleuren en gooit ze in hun mand. Ze verzamelen mos, eikeldopjes, beukennootjes, dennenappels en allerlei takjes.

‘Deze tak wordt de ophaalbrug,’ zegt Kees. Hij houdt een scheef takje in de lucht. ‘En deze dennenappel wordt de bewaker. Hij heet Ridder Prikkelbroek.’

‘Prima,’ zegt Kobus. ‘Maar eerst moeten we vaststellen hoe dat pistool werkt en hoe wij er eentje kunnen lenen. Het is dus vermoedelijk een plakpistool.’

‘Maar dan zonder broek aan, haha!’ gaat Kees vrolijk verder. ‘Oh, en dan krijgt ‘ie verkering met een beukennootje en die noem ik dan Sier.’ Zodra Kobus de naam Sier hoort, begint hij een beetje te glunderen. Wat een prachtige pauw is dat toch, haar karakter vooral, zegt hij in gedachten tegen zichzelf.

‘Zou je dat erg vinden, Kobus? Als Juffrouw Sier samen is met Ridder Prikkelbroek?’

Kobus doet net of hij het niet gehoord heeft en zet zijn meest serieuze gezicht weer op. ‘We moeten door, we zijn nog lang niet klaar.’

Bij hun huis gooien ze de mand voor de deur.

‘Nu het pistool,’ zegt Kees. ‘Meneer en mevrouw Puffin weten vast hoe we daaraan komen. Dat zijn onze beste duikers toch?’ Kobus is het met hem eens. Zonder tijd te verliezen haasten ze zich naar het vogelhuis van de papegaaiduikers. Ze kloppen tegelijk op de deur. Meneer Puffin doet open. Mevrouw Puffin kijkt over zijn schouder mee.

‘Wij hebben hulp nodig,’ zegt Kobus ernstig. ‘De mensen hebben een pistool dat draden maakt. Ze richten het op kastanjes en dennenappels en dan zit alles aan elkaar vast. En zonder kan ik Juffrouw Sier niet aan ridder Prikkelbroek koppelen, dus.’

Meneer Puffin knippert een paar keer. ‘Een pistool?’ Mevrouw Puffin trekt haar hoofd terug. ‘Met draden? En een date voor Juffrouw Sier? Zo, zo, dat is nogal een belangrijke missie.’ Ze lacht een beetje om Kees. Iedereen weet dat Kobus een oogje heeft op juffrouw Sier. Alleen Kobus en Sier zelf hebben dat niet door. Ook de plagerijen van Kees doen hem zogenaamd niets.

‘Precies,’ zegt Kobus. ‘Je brengt twee dingen samen en die gaan nooit meer los van elkaar, net als jullie’, voegt hij er vleiend aan toe. Hij doet een beetje extra zijn best, want het is tenslotte al bijna etenstijd.

Meneer en mevrouw Puffin kijken elkaar aan. Ze weten niet wat voor pistool het is en ook niet waar de draden vandaan komen. Maar één ding begrijpen ze wel: de mensen gebruiken het om spullen vast te plakken.

‘Dan moeten we eerst heel goed kijken,’ zegt mevrouw Puffin.

‘En luisteren,’ voegt meneer Puffin eraan toe.

Na een korte instructie van Kobus weten de papegaaiduikers waar ze heen moeten. Hun soort is heel speciaal. Ze kunnen spullen opduiken en hele verhalen navertellen. Ze heten niet voor niets papegaaiduikers.

De avond is gevallen en het ruikt al heerlijk bij Malbec. Hij heeft van Kees de opdracht gekregen er een herfstmaaltijd bij te maken. Dat is gelukt: oranje kastanjesoep.

Kees en Kobus hebben al hun vondsten op een aparte tafel gelegd. Kees wil er met z’n allen een waar herfstkasteel van maken, zo groot mogelijk. En Kobus, die wil zoals gewoonlijk alle mogelijkheden uittesten en begrijpen waarom mensen zoiets doen. Waarom zou je allemaal dingen uit het bos weghalen en thuis op een tafel leggen? Dat is toch gek? Kees is al veel verder in zijn gedachten. Hij maakt iets wat nog nooit iemand gezien heeft. En dit kasteel komt dan midden op het dorpsplein te staan.

‘Iedereen mag meedoen!’ roept Kees enthousiast. ‘We hebben kastanjes, dennenappels, bladeren en takken nodig. En natuurlijk het lijmpistool!’

Inmiddels zijn de papegaaiduikers terug. Hoe ze het doen, vertellen ze nooit, maar het lukt ze altijd. Ze zijn inmiddels allemaal door Kees aangestoken in zijn enthousiasme en gaan mee in zijn plan, het grootste kasteel ooit bouwen. Ze helpen met het vastplakken van de eerste onderdelen. Bammie bouwt een toren van kastanjes, terwijl Soopie de mooiste rode en gele bladeren uitzoekt. Snelle Jelle is met de korte takjes een bruggetje aan het maken. Leo bedenkt dat er ook een tuin bij het kasteel hoort. ‘Oeh, laten we er een moestuin van maken,’ zegt hij. Hij is gek op het zelf verbouwen van voedsel. En Addertje kronkelt voorzichtig om een grote tak heen die de brug moet voorzien van een ophaalsysteem.

‘Pas op, Addertje!’ roept Kees. ‘Straks zit je in het kasteel verwerkt en dan kom je er nooit meer uit. Ja, dat is een goed idee trouwens, slangen in het water rondom het kasteel.’

‘O,’ zegt Addertje. ‘Ik dacht dat ik juist heel geschikt was als ophaalbrug. Ik ben lang, buigzaam en ik hoef niet eens vastgelijmd te worden. Van zwemmen houd ik niet zo. En ach, wat moet een arme slang als ik de hele dag doen, ik kan net zo goed een stukje kasteel worden.’

Die Addertje, denkt Soopie, wat kan hij toch overdreven treurig doen, alsof het leven van een slang niet ontzettend spannend kan zijn.

Juffrouw Sier houdt ondertussen goed in de gaten of alles netjes wordt vastgeplakt. ‘Een kasteel heeft natuurlijk torens en een mooie poort. En vergeet de versiering niet. Die maakt het helemaal af,’ kakelt ze de ruimte in, waar ze trots rondloopt.

‘En een gracht!’ roept Bammie.

‘Ja, zonder water voor Addertje, misschien met heel hoog gras?’ vraagt Soopie geschrokken. ‘Anders wordt het hier één grote natte boel!’

Ze werken de hele avond door. Kobus houdt toezicht en vertelt waar ieder onderdeel moet komen. Kees bedenkt ondertussen steeds weer nieuwe dingen. Eerst krijgt het kasteel een ophaalbrug, dan een hoge toren en uiteindelijk zelfs een klein balkon voor Ridder Prikkelbroek. ‘Op dat balkonnetje komt straks Beukennootje Sier te staan. En dan staat Kob... ik bedoel, Ridder Prikkelbroek eronder met een gitaartje te zingen.’

Als ze eindelijk een stap achteruit doen, blijft iedereen even stil. Het is een prachtig herfstkasteel geworden. De torens hebben rood-gele bladerdaken waarvan de uiteinden in een punt uitlopen. Er staan grappige mannetjes met stekelige jasjes aan om de bewoners van het kasteel te beschermen tegen indringers. Er zijn muren van gevlochten takjes en slingers gemaakt van eikenblad door Juffrouw Sier.

Midden op het dorpsplein krijgt het kasteel een mooie plek. ‘Zo,’ zegt Kobus tevreden. ‘Een uitstekend resultaat. We hebben de materialen onderzocht, gesorteerd en vervolgens op een doordachte manier samengevoegd. Zou er nog een tafel onder moeten?’

‘Vind je hem nog niet hoog genoeg, dan?’ vraagt Soopie.

‘Dat wel. Ach, misschien hebben we geen herfsttafel gemaakt, maar een herfststuk,’ geeft Kobus toe.

Malbec zet de kommen met oranje kastanjesoep op tafel. Iedereen schuift aan en bekijkt het kasteel nog eens van een afstandje. Kees leunt tevreden achterover. Hij had niet gedacht dat al die losse bladeren, takken en kastanjes samen zoiets moois konden worden. Meestal blijven zijn fantasieën in zijn hoofd wonen, maar nu kan hij er echt omheen lopen.

‘Zeg,’ vraagt Bammie met zijn mond vol soep, ‘zouden we morgen ook een kasteel van koekjes kunnen maken?’

Malbec kijkt hem aan. ‘Dat kan. Maar dan wil ik wel dat jullie de koekjes eerst opeten voordat jullie ermee gaan bouwen.’

‘Afgesproken!’ roept Bammie. De rest moet lachen. Bammie lijkt niet door te hebben dat een toren van koekjes bouwen onmogelijk is als je ze net opgegeten hebt.

En zo eindigt de avond in het Piepeloosbos. Met een herfstkasteel op het dorpsplein, warme soep en heel veel zoete koek voor morgen.

Benieuwd wat ze morgen vinden? Dat lees je in het volgende verhaal!

Kleurplaat Kees en Kobus.

 

Heb je genoten van het verhaal? Laat het Kees en Kobus vinden, en Yuki natuurlijk ook!

Deze pagina delen? Ja, dat is een heel goed idee, daar help je ons wel mee.

Rating: 5 sterren
1 stem