Dit verhaal is gratis te lezen en valt onder het auteursrecht.

Verveelvoudiging, verspreiding of gebruik voor eigen doeleinden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur is niet toegestaan.

Schoenen voor van alles en nog wat

Sinterklaasspecial! Deel 1

datum: 23-10-2026

Sinterklaasspecial Schoenen Voor Van Alles En Nog Wat Deel 1 Pdf

In het kort: Het begint winter te worden. De bladeren zijn van de bomen gevallen en de eerste sneeuw is een feit. Het hele bos is wit en wanneer de zon erop schijnt, lijkt het aan de ene kant wel parelmoer en aan de andere soort yoghurtijs met glitters.

Soopie en Kees ontdekken in dit verhaal iets bijzonders: mensen stoppen allerlei dingen in hun schoenen! En Malbecs restaurant is al dagenlang dicht. Hoe zit dat?

---

Kees en Soopie zijn vandaag samen met de papegaaiduikers, meneer en mevrouw Puffin, nog laat op pad. Onderweg komen ze zelfs Kobus tegen, die normaal gesproken de mensenwereld induikt zodra de anderen slapen.

‘Yo, Kobie!’ roept Kees stoer.

Kobus kijkt even om zonder zijn lichaam mee te bewegen. Dat zegt hij anders nooit, denkt Kobus. Nou ja, het zal wel een fase zijn.

‘Goedenavond, goedenavond, hallo.’ Hij knikt naar iedereen om de beurt, terwijl zijn hoofd weer naar voren beweegt.

‘Wij gaan even op pad om iets lekkers te... Nou ja, laten we het lenen noemen bij de mensen. Malbec is er namelijk niet,’ zegt Soopie.

‘Ik zag het ook,’ zegt Kobus. ‘Nou, ik sla wel een keertje over. Ik kreeg toch al enorm veel zin om eropuit te gaan.’

‘Ah, vandaar dat we jou zo vroeg treffen,’ zegt meneer Puffin.

Mevrouw Puffin zit ondertussen naast hem op een tak ter hoogte van Kobus, dicht tegen hem aangekropen. Hun mutsjes lijken samen wel één groot breiwerk.

‘Ja, hij neemt ijsvrij,’ zegt Kees, die verdergaat met fantaseren. ‘Dan zal hij zichzelf wel misselijk gaan eten met ijsjes. Of hij is een weekje op ijsvakantie.’

‘Haha,’ lacht Soopie. ‘Nou, ik denk dat het hem gewoon te koud is, hoor. Vroeger hadden wij op school al sneeuwvrij. Oh wacht, dat zal hij ook wel bedoelen. Hij wordt ook een dagje ouder. Hij ligt gewoon in zijn nest te stinken, met een glaasje in de ene hand en een druifje in de andere.’

Soopie ziet hem al helemaal liggen, gehuld in een warme deken.

‘Nou, één dagje geloof ik het wel,’ zegt Kobus, ‘maar morgen baart het mij zorgen. Malbec is toch wel gek op winst. Hij zou niet snel het restaurant sluiten.’

Ze speculeren nog even verder, totdat de papegaaiduikers in de verte zien dat het licht van beneden bij het mensenhuis uitgaat.

‘Ze gaan naar boven. Kees, Soopie! En Kobus, wil je ook mee? Dit is ons moment.’

‘Nee, gaan jullie maar,’ zegt Kobus. ‘Ik heb wel zin om even alleen op onderzoek uit te gaan. Ik heb weer een nieuwe documentaire gezien over de nacht en hoe de mens zich dan voortbeweegt en...’

Ze laten hem niet uitpraten en roepen in koor:

‘Doei, Kobus! Tot morgen dan maar weer!’

‘Ja, ja, ja,’ stamelt hij nog.

Aan de rand van het bos wonen een moeder en haar twee kinderen. Hun huis is perfect om stiekem naar binnen te gluren. Er zitten allerlei kleine en hoge raampjes in. Vanuit de grote boom, die het hele jaar door groen blijft, kun je overal naar binnen kijken. De bladeren zorgen ervoor dat niemand hen ziet. Er liggen nu allemaal kleine donzige dekentjes sneeuw op de blaadjes.

Meneer en mevrouw Puffin hoeven zich niet te verstoppen. Het zijn misschien niet de vogels die je normaal gesproken in deze omgeving tegenkomt, maar wie weet dat nou? Ze gaan bijna altijd mee om alvast polshoogte te nemen en te kijken of er gevaar dreigt. Stiekem vinden ze het zelf ook wel fijn om belangrijk te zijn voor de anderen.

‘De kust is veilig!’ Mevrouw Puffin wenkt met haar vleugel dat de anderen omhoog kunnen klimmen.

Kees laat Soopie voorgaan. Hij is tenslotte erg goed in klimmen én in het redden van wasbeertjes.

Soopie glijdt bijna uit.

‘Oef, dat ging maar net goed!’ zegt ze. ‘Ik had beter mijn laarzen thuis kunnen laten. En ik ben ook minder goed in klimmen als ik honger heb.’

Het begint te vriezen, dus alles wordt glad. Kees grijpt snel haar poot vast. Ze kijken elkaar aan.

‘Zo, nu heb ik je gered,’ lacht Kees trots.

‘Sssht!’ Meneer en mevrouw Puffin wapperen allebei met een vleugel op en neer.

‘Kees, je zult echt iets moeten doen aan je stem,’ fluistert meneer Puffin. ‘Heb je een fluisterstem?’

Kees knikt en doet alsof hij zijn mond dichtritst.

Binnen worden de kinderen naar bed gebracht. De moeder gaat eerst bij de een en daarna bij de ander op bed zitten. Vervolgens neemt ze plaats op de groene fauteuil en pakt het boek dat naast haar ligt.

Meneer Puffin zet zijn timer op vijftien minuten. Hij weet inmiddels hoe lang ze minimaal voorleest uit haar sprookjesboek.

De herfsttafel heeft plaatsgemaakt voor een pop die op zijn kop hangt. Hij draagt gekke kleren en heeft een veer op zijn muts. Bij de brandende haard staan kleine schoentjes.

‘Er zit iets geks in die schoenen,’ zegt Kobus. ‘Meneer Puffin, zou u misschien naar binnen kunnen vliegen?’

‘Oeh, volgens mij zie ik eten,’ zegt Soopie. Haar maag knort.

Natuurlijk wil meneer Puffin dat wel. Kees, Soopie en mevrouw Puffin kijken gespannen toe.

Eerst probeert meneer Puffin de wortel uit een schoen te pakken, maar die is veel te zwaar. De witte koker blijkt een stuk makkelijker te pakken. Hij grijpt hem vast en vliegt ermee omhoog.

Dan horen ze de moeder de trap af komen. Ze is sneller gestopt met voorlezen dan normaal.

Mevrouw Puffin tikt met haar snavel op het raam.

‘Dit is ons teken! We moeten gauw weg!’

Snel maken ze zich uit de voeten. De tekening nemen ze mee.

Kobus, die zelf zijn ronde aan het vliegen is, ziet het viertal met iets in hun poten en handen richting het bos rennen. Nieuwsgierigheid wint het altijd bij Kobus. Hij snelt achter hen aan.

Nog voordat ze bij de poort van het Piepeloosbos komen, haalt hij hen in. De magische poort is alleen zichtbaar voor de bewoners. Stel dat je ooit bij de poort komt, dan lijkt het alsof je naar twee boomwortels kijkt die een beetje in elkaar gevlochten over de grond lopen. De bomen staan bijna tegen elkaar aan, alsof ze elkaar heel lief vinden.

‘Wat hebben jullie daar?’ vraagt Kobus, terwijl hij naast Soopie de grond weer aantikt.

‘Geen idee,’ zegt Soopie. ‘Het zat in een schoen. Er zat ook eten in, maar dat hebben we niet meegenomen. Echt jammer. Heb jij iets?’

‘Een schoen?’ vraagt Kobus verbaasd. ‘Dat lijkt me nou niks voor in een schoen. Meestal stoppen ze daar hooguit hun eigen voeten in,’ gaat hij verder.

‘Ja, ik weet het ook niet,’ zegt Kees. ‘We vonden het gek genoeg om mee te nemen wat we konden. Er zat namelijk ook eten in.’

Inmiddels knort ook zijn maagje.

‘Genoeg voor een hele groentesoep,’ begint Kees een beetje te overdrijven. Door hun adrenalinekick van de spanning leek alles nog groter dan het was. ‘Je had er zelf een worteltjestaart mee kunnen maken.’

‘Ja, dat was het!’ zegt Soopie. ‘Het waren wortels.’

Even lopen en vliegen ze langs het restaurant, in de hoop dat er toch alweer leven in de brouwerij is. Maar het is pikkedonker binnen. Er is ook geen spoor van de anderen te bekennen.

‘O, ik weet al waar iedereen kan zijn: op het dorpsplein. Leo heeft vast wat lekkers in zijn kratje. Kom, kom,’ zegt Soopie.

En inderdaad, daar zitten ze met z’n allen bij een kampvuurtje op de stammen van de ooit omgewaaide bomen. Er zijn heerlijke gegrilde groenten.

‘Jongens, jongens!’ roepen ze.

‘We hebben iets heel cools,’ zegt Kees. ‘Een witte koker. En er waren wortels.’

‘Ja, die hebben we hier ook, hoor,’ zegt Leo. ‘Deze zijn niet koel, maar lekker warm al.’

Hij houdt zijn barbecuevorm in de lucht. Daarin ligt een heel assortiment aan plakjes groenten.

‘En ik heb er heerlijke dip bij op basis van...’

‘Bammie valt hem in de rede.’

‘Hebben jullie iets lekkers meegenomen? Is het een koker vol koek?’

‘Nee, nee, nee,’ zegt Kobus. ‘Het is een tekening. Ze stoppen dingen die ze maken in hun schoenen, om ze te bewaren, denk ik. Dat wil ik wel zeker weten. Dus ik ben van plan om nog eens terug te gaan.’

‘O ja, over dingen zeker weten gesproken: wie van jullie heeft Malbec gesproken? En waar is Snelle Jelle?’

Iedereen schudt zijn hoofd.

‘Nee,’ sist Addertje. ‘Ik woon eronder. Ik weet eigenlijk altijd wel of er iets niet klopt. Alles lijkt te kloppen, dus ik weet niets. Misschien is hij gewoon vermist of zo. Verdwaald. Ach, geen idee. Het loopt wel los.’

Hij krult zijn lijf ondertussen om Kees heen, die de tekening vasthoudt.

‘Zou jij die niet even openen?’ vraagt Addertje. Hij is erg nieuwsgierig.

Kobus doet het. Soopie trekt nog even haar wenkbrauw op.

‘Wow, Addertje, wat een heftige gedachten. Misschien heeft hij gewoon even geen zin. Kobus zei ook al: morgen kunnen we ons zorgen gaan maken. Een dagje mag iemand best even lekker tijd voor zichzelf nemen. Zelfs Malbec.’

Kees houdt trots de tekening in de lucht.

‘Nou, wat een geweldig stukje kunst. Uitmuntend, hoor,’ zegt Sier, die nog net niet met haar puntige snavel door het papier prikt.

Kees geeft zowel Sier als Addertje een porretje.

‘Een beetje ruimte, graag,’ zegt hij.

Ze zijn allemaal even onder de indruk.

‘Waarom zou je dit in je schoen doen?’

‘Er staat iets op,’ zegt Sier.

‘Oeh, mag ik het lezen?’ vraagt Bammie.

‘Ga je gang, jongen,’ antwoordt ze.

Bammie leest hardop:

‘Mijn wens: papa en een paard.’

Op de tekening zien ze een man op een paard, met een hele lange baard en een soort jurkje aan.

‘Dit zal de vader dan wel zijn,’ zegt Leo met zijn mond vol paprika. ‘Hij lijkt een beetje op mijn paprika.’

‘Hij heeft ook een toverstokje,’ zegt Bammie.

‘Cool,’ zegt Kees. ‘Dat wil ik ook.’

Meneer en mevrouw Puffin, die even aan het tortelen en graanpikken waren, komen ook aangevlogen om te kijken.

‘Dit vraagt om een ochtendteam!’ zegt Kobus. Hij neemt meteen de leiding. ‘We gaan uitzoeken wie deze man is en of we met zekerheid kunnen vaststellen dat dit haar papa is. Daarna brengen we hem samen met het paard naar haar toe.’

‘Nou, wat een fabuleus idee,’ zegt Sier, en ze klapt haar hele verenwaaier uit.

Dat overkomt haar altijd als ze enthousiast wordt. En die Kobus heeft altijd zulke intelligente ideeën. Ze is erg op hem gesteld. Waar zouden ze zijn zonder zijn wijsheid?

Ze gaat verder:

‘Kobus, als je morgen ontwaakt, zorgen wij ervoor dat alle nodige informatie beschikbaar is. Dit lijkt mij wederom een taak voor meneer en mevrouw Puffin.’

‘Ja!’ zegt mevrouw Puffin. ‘Wij zullen morgen de moeder en de kinderen afluisteren en hun verhalen opvangen en meebrengen.’

‘Ik kan lunchpakketjes maken,’ zegt Leo.

‘Oeh, en ik kan er koekjes in doen,’ zegt Bammie. ‘En als er koekjes in de pakketjes zitten, wil ik ook wel mee op pad, hoor.’

‘En anders niet?’ vraagt Soopie lachend.

‘Nee, dan ben ik druk,’ zegt Bever Bammie, met zijn neus omhoog en zijn armen over elkaar gevouwen.

‘Ik denk dat het tijd wordt voor een addertje onder het gras,’ vult Addertje aan, terwijl hij de groep met samengeknepen ogen aankijkt. ‘Hier is duidelijk iets loos. Het kind is haar papa kwijt. Dat is wel weer het ergste wat je kunt bedenken, hè?’

Soopie kan zich een beetje storen aan de negatieve dingen die Addertje vaak zegt. Ze wil liever van het beste uitgaan.

‘Ik denk dat ze wil paardrijden met haar papa. Misschien zat die tekening gewoon in zijn schoen. Dat kan toch?’ zegt ze.

‘We gaan het uitzoeken,’ zegt Kobus. ‘Zodra ik morgen wakker ben, zijn jullie terug. Addertje, Bever en de papegaaiduikers kunnen gaan. Voor de anderen is het overdag te gevaarlijk om zo dicht bij de mensen te komen.’

Wordt vervolgd...

 

Heb je genoten van het verhaal? Laat het Kees en Kobus vinden, en Yuki natuurlijk ook!

Deze pagina delen? Ja, dat is een heel goed idee, daar help je ons wel mee.

Rating: 5 sterren
1 stem